Het Colombiaanse conflict: na 60 jaar eindelijk vrede?


Zo’n dertig CoDe-leden zijn net terug gekomen van een indrukwekkende studiereis in een van de mooiste landen van Zuid-Amerika: Colombia. Het land staat niet alleen bekend om de indrukwekkende natuur en cultuur maar ook om de drugs en de conflicten tussen paramilitairen en linkse guerrillabewegingen. Maar hoe zat het nu ook alweer tussen de Colombiaanse overheid,  paramilitairen en guerrillabewegingen? De Alibi zocht het uit.

Historisch-politieke achtergrond
Colombia kent een lange historie aan onrustige periodes. Zo ontstond er in 1948 na de moord op een liberale presidentskandidaat een bloedige volksopstand tussen de Conservatieven en de Liberalen waarbij 200.000-300.000 burgers omkwamen. Vervolgens werd Colombia tussen 1953 en 1957  geleid door een generaal. Om de militaire dictatuur te stoppen spraken twee politieke partijen, de Conservatieven en de Liberalen, in 1958 af om het bestuur van het land af te wisselen. Het geweld nam niet af en corruptie nam toe. Veel Colombianen voelden zich uitgesloten van het democratisch proces. Daarnaast was veel grond in handen van de politieke oligarchie en was er sprake van uitbuiting op het platteland. Ook in de stad was de situatie uitzichtloos. Dit alles was de perfecte voedingsbodem voor het ontstaan van gewapende verzetsbewegingen.

In 1964 werden de eerste guerrillabewegingen opgericht, namelijk de FARC, de ELN  en de EPL die marxitisch-lenistisch georiënteerd zijn. De FARC rekruteerden voornamelijk de boerenbevolking en bij de ELN en de EPL waren het vooral linkse intellectuelen en studenten die geïnspireerd waren door Che Guevara. Hun doelwitten waren met name grootgrondbezitters en installaties van multinationals. Hun geld verdienden ze onder andere met ontvoeringen en coca-belastingen.

In reactie hierop werden extralegale bewapende privémilities en extreemrechtse doodseskaders gefinancierd door grootgrondbezitters, industriëlen, westerse (olie)multinationals maar ook drugsbaronnen om hen te beschermen. Deze paramilitairen staan ideologisch gezien recht tegenover de verzetsbewegingen en bestaan voor een groot deel uit ex-militairen uit het reguliere leger.

Op weg naar vrede
In de jaren 80 en  90 zijn er al onderhandelingen geweest tussen guerrillabewegingen en de regering om te ontwapenen in ruil voor deelname aan de politiek. Dit mislukte nadat duizenden leden van guerrillabewegingen werden vermoord door extreemrechtse doodseskaders. Dit geweld tegen linkse bewegingen die de politiek in wilden, heeft er voor gezorgd dat linkse partijen nauwelijks aanwezig waren in het politieke landschap.

In 2012 zijn opnieuw onderhandelingen geweest, maar het eerste vredesakkoord werd via een referendum weggestemd. Vier jaar later,op 24 november 2016, is er dan eindelijk een vredesakkoord getekend tussen de Colombiaanse overheid en de guerrillabeweging FARC. Het akkoord houdt in dat de rebellen binnen 150 dagen moeten herlokaliseren en ontwapenen en dat de kas van de FARC wordt aangesproken voor het schadeloos stellen van slachtoffers. Aan het 60-jarig durende conflict waarbij honderdduizenden mensen zijn omgekomen, lijkt dan ook aan een einde te zijn gekomen.

Huidige situatie
Vorig jaar hebben de laatste leden van de FARC hun wapens ingeleverd. De FARC-leden moesten hun bases in de jungle omruilen voor 26 kampen elders in het land waar ze voorbereid worden op de samenleving. De kampen waren echter nog niet klaar. Ook vullen criminele organisaties het vacuüm op dat is ontstaan door het vredesakkoord met de FARC. Volgens Amnesty International zijn vorig jaar 105 mensenrechtenactivisten vermoord. Het aantal moorden op deze activisten is gestegen met 31% en geldt als het hoogste aantal moorden van mensenrechtenverdedigers ter wereld. De meeste doodsbedreigingen komen van de paramilitairen maar in veel gevallen is het onduidelijk wie verantwoordelijk is.

Tussen Colombianen is er grote verdeeldheid over het vredesakkoord. Bij het referendum stemde een nipte meerderheid tegen. Nee-stemmers waren tegen de amnestieregeling van de rebellen en het feit dat de FARC dan een politieke partij zou worden. Ook is er een groot huizentekort in Colombia en met de ingang van het akkoord moeten de FARC-leden die uit de jungle komen ook huisvesting hebben. Daarnaast zullen ze ook nieuw werk moeten krijgen, terwijl werk schaars is, zeker nu het land overspoeld wordt door gevluchte Venezolanen. Verder is er een groot verschil tussen de stad en het platteland. Vooral het platteland heeft last van de rebellen en was daarom vóór het vredesakkoord. Burgers uit de rurale gebieden zullen veel voordeel behalen uit het vredesakkoord. In de stad voelt men ook het gevaar, maar het geweld is er minder zichtbaar. Men merkt een kleiner verschil, omdat de situatie in de stad minder heftig is. Voor hen wegen de nadelen niet op tegen de voordelen.

Kortom, in het land is het nog steeds onrustig en niet iedereen is zijn leven zeker. Het conflict in Colombia behoort dus zeker nog niet tot de geschiedenis.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *