‘Puur om mijn huidskleur krijg ik zo’n behandeling’


Etnisch profileren is een onderwerp wat al jaren speelt. Na de aanhouding van de rapper/zanger Typhoon werd het onderwerp pas echt een hot topic. Het A-team van CoDe organiseerde 13 oktober een lezing over etnisch profileren en natuurlijk was de Alibi daarbij! De sprekers bestonden uit Gerbrig Klos van Amnesty International, politiechef Henk van der Veek van Leiden Midden en politiechef René Ravestein van de Schilderswijk.

Als eerste kwam Gerbrig Klos aan het woord. Ze vertelde ons over de impact van etnisch profileren op de etnische minderheden, die vaak te maken krijgen met het profileren. ‘Ze behandelden me als een stuk vuil’. ‘Ik schaam me, ze kijken me aan alsof ik een crimineel ben’. ‘Het raakt me diep in mijn kern’. Etnisch profileren is, volgens de definitie van Amnesty International, een vorm van discriminatie door de politie. De politie neemt een beslissing op basis van huidskleur, afkomst of religie zonder dat hier een rechtvaardiging voor is. De politie handhaaft echter een andere betekenis. Gerbrig Klos vertelde dat etnisch profileren in Nederland te vaak plaats vindt om incidenteel te zijn. Minderheden ervaren discriminatie van de politie in grote mate. Een oorzaak van etnisch profileren kan onder andere het veranderen van het politiek-maatschappelijk denken zijn, waardoor wij anders zijn gaan kijken naar criminaliteit en minderheden. Gerbrig Klos wees ook aan dat alle oplossingen van etnisch profileren nadelen kennen en dat het probleem dus niet gemakkelijk is op te lossen.

etnisch

Na het spreken van de medewerker bij Amnesty International, kwam Henk van der Veek aan het woord. Hij is politiechef bij Leiden Midden. Hij heeft ook als politiechef bij het team in Gouda gewerkt. Door hier wat over te vertellen liet hij zien dat de media niet alles zo eerlijk weergeeft. Hij ging in op het feit dat politiebeslissingen gebaseerd moeten zijn op objectieve selectiecriteria. Deze criteria staan echter nergens beschreven. Veel politiebeslissingen worden gemaakt door een heersende politiecultuur en door persoonlijke opvattingen en overtuigingen van politieagenten. De intuïtie van agenten berust op voorkeuren en vooroordelen. De ervaringskennis berust op persoonlijke indrukken, voorbeelden en het korps zelf. Na het lezen van artikel 1 van de Grondwet gingen de ogen van het politieteam pas echt open. Het gevolg hiervan was een bewustwording, gesprekken met medewerkers en een nauwkeuriger bejegeningsprofiel. Door dit bejegeningsprofiel ontstond er meer respect, een betere verbinding en konden de politieagenten mensen sneller aanspreken op gedrag. De voorgelegde stelling van de politiechef was als volgt: ‘media en politiek zijn medeschuldig aan het etnisch profileren door de politie’. Verschillende reacties van het publiek waren: ‘het is een actie-reactie’. ‘Het is maar hoe je erin staat’. ‘Media en politiek hebben ook het probleem aan het licht gebracht’. ‘Alle mensen praten er nu over’.

De laatste spreker was René Ravestein, teamchef in de Schilderswijk. René Ravestein sprak over het feit dat politieagenten druk voelen. Ze moeten de boeven vangen. Dit geeft een frame waarin ze het moeten bewerkstelligen. Bij dit frame hoort ook profileren. De politie profileert op alle vlakken. Wat vragen we dan van politieagenten? De politie blijft stereotyperen, maar alle mensen doen dit. In de Schilderswijk doet de politie er alles aan om te veranderen.

In de pauze van de lezing gingen we met zijn allen naar het restaurant van het KOG om te discussiëren. De stelling was: ‘het bevorderen van de etnische diversiteit binnen de politie zorgt voor een afname in etnisch profileren’. Een argument dat ik vaak hoorde terugkomen is dat etnische diversiteit wel een toename in het besef binnen het politiekorps zal bewerkstelligen. De discussie ging tijdens de lezing verder. ‘Het bevordert de beeldvorming bij collega’s’. ‘Goede vertegenwoordiging van de samenleving’. ‘Het maakt uiteindelijk niet uit wat je afkomst is, als politieagent vang je boeven’. ‘Een Turkse collega zal constant voor verantwoording en meningen worden geroepen’. ‘Hoe beter we contact hebben met de burger, hoe meer we ze kunnen bereiken’. ‘Mensen doen precies hetzelfde: etnisch profileren’.

Na de lezing had ik nog de mogelijkheid om een paar kleine vraagjes te stellen aan de sprekers. Ik vroeg me af hoe de lezing in de ogen van de sprekers was gegaan en of ze het nuttig vonden. Gerbrig Klos antwoordde dat het heel veel perspectieven biedt. Een lezing als deze zal meer perspectieven bieden dan de politie heeft. Ze vond de lezing goed opgezet met het spreekgedeelte en de discussies. Er was een grote opkomst en hierdoor zag je dat het meer gaat leven. ‘Het onderwerp komt zo naar voren. Het is een belangrijk onderwerp en daarom is het goed dat dit soort lezingen blijven’. De politieagenten sprak ik samen. Zij zeiden dat een lezing als deze erg nuttig is. Het onderwerp komt meer naar buiten in plaats van dat het binnen de politiekorpsen blijft. Er is door een lezing als deze met studenten en politieagenten meer perceptie maar ook een wetenschapsvisie. ´Het wordt meer gericht op jezelf en het is daardoor ingrijpender. We zullen het zeker vaker moeten doen om de kloof te dichten. Het is een belangrijk onderwerp en dat zie je ook aan de opkomst van mensen. Veel studenten maar ook veel van onze eigen collega’s.’

Ik vond de lezing zeer geslaagd! Het bood mij een ander perspectief hoe je tegen etnisch profileren aan moet kijken. Politieagenten zijn ook maar mensen en mensen profileren.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *